Regeerakkoord 2017

Het regeerakkoord 2017 van het aankomende kabinet Rutte III is bekend.
Lees hieronder de voorlopige maatregelen en de gevolgen per categorie voor u als zzp’er, mkb’er of andere ondernemer.

Wijzigingen voor u als ZZPér

  • De Wet DBA wordt vervangen. De nieuwe wet moet enerzijds de opdrachtgever van zelfstandigen zekerheid bieden dat geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid voorkomen. Er komt een webmodule met een zogenoemde opdrachtgeversverklaring.
  • Voor zzp’ers wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een laag tarief in combinatie met een langere duur van de overeenkomst of een laag tarief in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.

Personeel & Arbeid

  • De loondoorbetalingsperiode voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) wordt verkort van 2 naar 1 jaar.
  • Werkgevers lopen tegen situaties aan waarin op basis van elk van de afzonderlijke bestaande ontslaggronden onvoldoende wettelijke basis is voor ontslag, maar waar wel bij meerdere gronden gedeeltelijk sprake is van problemen (bijvoorbeeld verwijtbaar handelen gecombineerd met disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie). In die gevallen moet het mogelijk zijn om de rechter de afweging te laten maken of het van een werkgever verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te zetten of dat ontslag gerechtvaardigd is op basis van de cumulatie van omstandigheden genoemd in de verschillende gronden.
  • Werknemers krijgen vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op transitievergoeding in plaats van na twee jaar.
  • Payrolling: Er komt een wetsvoorstel waarin het soepeler arbeidsrechtelijk regime van de uitzendovereenkomst buiten toepassing wordt verklaard, en waarin wordt bepaald dat werknemers qua (primaire en secundaire) arbeidsvoorwaarden ten minste gelijk moeten worden behandeld met werknemers bij de inlener.
  • 30%-regeling: Momenteel kan de 30%-regeling gedurende acht jaar worden toegepast. De looptijd van de 30%-regeling wordt beperkt tot vijf jaar. Deze beperking lijkt in te gaan vanaf 2019, zonder overgangsrecht voor bestaande gevallen

Inkomstenbelasting

Box 1- tarief:
De inkomstenbelastingtarieven worden vanaf 2019 beperkt van vier tot twee schijven. Een lage tariefschijf van 36,93% en een hoog tarief van 49,5% voor inkomen boven 68.600 euro. Voor AOW-gerechtigden blijven er wel drie schijven bestaan.

Hypotheekrenteaftrek:
De hypotheekrenteaftrek wordt voor de tweede belastingschijf (inkomen boven 68.600 euro) vanaf 2020 versneld afgebouwd (in vier stappen van 3%) naar 36,93% in 2023.

Eigen woning:
Het eigenwoningforfait wordt vanaf 2020 verlaagd van 0,75% naar 0,6%. Daarnaast wordt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (Wet Hillen) naar het lijkt al vanaf 2019 in dertig jaar in gelijke stappen afgeschaft, waardoor straks ook bij een afgeloste eigen woning inkomstenbelasting over het eigenwoningforfait moet worden betaald.

Alle aftrekposten naar basistarief:
In 2020 wordt het aftrektarief van alle aftrekposten gelijkgetrokken met het aftrektarief van de hypotheekrente. Dit tarief wordt met 3%-punt per jaar afgebouwd naar het basistarief van 36,93%.

Zelfstandigenaftrek:
Het maximale tarief waartegen de zelfstandigenaftrek aftrekbaar is, wordt ook gefaseerd beperkt, gelijk aan overige aftrekposten.

Aftrekpost voor scholingskosten:
De fiscale aftrekpost voor scholingskosten wordt vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders die een startkwalificatie hebben behaald.

Box 2 – tarief:
Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25% naar 27,3% in 2020 en 28,5% in 2021.

Box 3 – heffingsvrij vermogen:
De vrijstelling voor de vermogensrendementsheffing wordt verhoogd van 25.000 naar 30.000 euro per persoon.

Box 3 – forfaitaire rendementen:
Het forfaitaire rendement in box 3 wordt vastgesteld op basis van actuele spaar- en beleggingsrendementen.

Box 3 – heffing over werkelijke rendementen:
In deze kabinetsperiode zal een voorstel worden uitgewerkt voor vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement.

Algemene heffingskorting, arbeidskorting, ouderenkorting:

  • De algemene heffingskorting wordt in 2021 verhoogd met 350 euro;
  • De arbeidskorting wordt verhoogd en sneller afgebouwd;
  • De ouderenkorting gaat omhoog met 160 euro en wordt geleidelijker afgebouwd;
  • De vaste voet in de inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt 0 euro en het opbouwpercentage wordt verhoogd naar 11,45%;
  • De overdraagbaarheid van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting tegen het partnerinkomen wordt afgebouwd;
  • Voor uitkeringsgerechtigden zonder dienstverband met Ziektewetuitkeringen, wordt het recht op arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting afgeschaft.

Kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget:
De kinderbijslag, kinderopvangtoeslag en kindgebondenbudget gaan omhoog. Er komt bovendien een voorstel om de financiering van kinderopvang niet meer via de ouders te laten lopen, maar te werken met een directe financieringsstroom van het Rijk naar kinderopvanginstellingen.

Vennootschapsbelasting en uw B.V.

Tariefopstap in de vennootschapsbelasting blijft 200.000
De aangekondigde verlenging uit het Belastingplan 2017 van het tariefopstapje in de vpb gaat niet door waardoor de tariefsopstap 200.000 blijft.

Vennootschapsbelasting – tarief
Het vpb-tarief wordt vanaf 2019 stapsgewijs verlaagd van 25% naar uiteindelijk 21% in 2021 (2019: 24%, 2020: 22,5% en 2021 21%). Ook het lage tarief (belastbare winst tot 200.000 euro) gaat met dezelfde stappen omlaag van 20% naar uiteindelijk 16% (2019: 19%, 2020: 17,5% en 2021: 16%).

Beperking van de verliesverrekeningstermijn
Onder de huidige wetgeving is een verlies uit enig jaar verrekenbaar met de winst van het voorafgaande jaar of de negen jaren daarna. Deze voorwaartse verliesverrekening (carry forward) wordt per 2019 beperkt naar zes jaar.

Beperken afschrijving gebouwen
Ook voor de gebouwen in gebruik gaat gelden dat daarop niet verder kan worden afgeschreven tot 100% van de WOZ-waarde. Dit was tot 50% van de WOZ-waarde. Er is nog niks bekend over overgangsrecht.

Innovatiebox
Het effectief tarief van de innovatiebox gaat van 5% naar 7%.

Dividendbelasting in beginsel afgeschaft, m.u.v. onwenselijke situaties De dividendbelasting wordt niet helemaal afgeschaft. Voor dividenden naar low tax jurisdictions en misbruiksituaties blijft een bronheffing bestaan. Ingangsdatum is nog onbekend.

Bronbelasting op rente en royalties
Er komt een nieuwe bronbelasting op uitgaande royalty’s en rentebetalingen naar zogenaamde low tax jurisdicties.

Direct beleggen in vastgoed niet meer toegestaan via een FBI
(Buitenlandse) beleggers werden via de dividendbelasting in de heffing betrokken over hun vastgoed. Door het afschaffen van de dividendbelasting is het niet meer toegestaan om direct te beleggen in vastgoed. Dit is om te voorkomen dat dergelijke beleggingen onbelast plaatsvinden.

Omzetbelasting

Het lage btw-tarief gaat omhoog van 6% naar 9%.